Bang voor de trein
De afgelopen weken was het druk in de trein. Als die dus al reed. Er vielen veel treinen uit en daardoor waren de treinen die wel gingen echt afgeladen. Op een dag stond ik geplet ergens in het midden van een zogenaamd balkon. En de mensen bleven zich nog naar binnen duwen. “Even doorlopen!!” bleef één mevrouw maar roepen. Inmiddels was ik het al zo zat dat ik vragend terugriep wáár we dan naartoe moesten lopen. Alles stond klem. Een meisje naast me riep terug dat mensen die nog mee wilden dan maar op het dak van de trein moesten gaan liggen.
Uiteindelijk, de deuren gingen dicht. Ik kon bijna geen adem meer halen, zo benauwd was het. De conducteur riep om: “Willen alle mensen die op de balkons staan weer uitstappen? We zijn te zwaar beladen en het is te gevaarlijk om te vertrekken.” Hij dreigde zelfs om stil te blijven staan.
Al had ik het gewild, ik kon er niet uit. Niemand stapte uit. Iedereen wilde naar huis. Of naar welke andere bestemming ze dan ook gingen. We reden toch weg. Ik deed een schietgebedje en bleef hopen dat we veilig op mijn station aan zouden komen.
Een kwartier later was dat het geval. De deuren gingen open en mevrouw met de grote mond begon weer te blèren: “Iedereen die er hier uitmoet UITSTAPPEN!!!” Ik schreeuwde terug dat als iedereen die voor de deur stond uitstapte, wij er tenminste ook uitkonden. Het was niet gezellig.
Na wat ellebogenwerk en vuile blikken stond ik op het perron. En al was het druk: ik voelde de ruimte. De ‘frisse’ lucht om in te ademen en ik liep op mijn gemak naar de bus. Die wel de normale dienstregeling reed en zelfs op tijd en rustig was.